Hoogbegaafdheid

Hoogbegaafdheid als zodanig is geen probleem. Om te voorkomen dat het een probleem wordt, dienen onderwijsmethoden en –materialen aangepast te worden aan de behoeften van hoogbegaafde leerlingen (Uit: Proefschrift Van der Stel, 2011). We spreken officieel van hoogbegaafdheid als het IQ 130 of hoger is (gemiddeld IQ is 100). Gelukkig gaat het met heel veel hoogbegaafde leerlingen goed. Zij doorlopen zonder problemen hun school, hebben veel tijd en energie voor (vaak veel) hobby’s. Vaak zijn hoogbegaafde kinderen niet alleen goed op school, maar ook in muziek, sport, kunstzinnige vakken, etc. Maar….het kan ook anders.

Hoogbegaafdheid op de basisschool

Het moment waarop kinderen naar de basisschool gaan, is dan in veel gevallen het begin van de problemen voor kinderen en ouders. Op school komt het kind in aanraking met andere kinderen in een setting waar een groepsnorm wordt gehanteerd waaraan dit kind niet voldoet. Het hoogbegaafde kind heeft niet alleen een ontwikkelingsvoorsprong op het gebied van kennis en leren, maar heeft meestal ook een hoger ontwikkeld niveau van bijvoorbeeld vriendschapsbeleving. Hierdoor verloopt de aansluiting met leeftijdsgenoten moeizaam, het kind voelt zich een buitenstaander in de groep.

Niet zelden gaat het kind zich op school heel anders gedragen dan thuis. Ouders en school herkennen zich niet meer in elkaars verhalen over het kind. Sommige kinderen gaan zich aanpassen aan de groep en op school onderpresteren, sommigen (vaak meisjes) worden erg stil en teruggetrokken in de klas, anderen (vaak jongens) gaan heel druk, clownesk gedrag in de klas vertonen. Thuis klagen kinderen over buikpijn, slapen slecht, kleuters worden weer onzindelijk, kinderen willen niet meer naar school en verliezen hun interesses.

Herkent u deze situatie? Er kan dan sprake zijn van hoogbegaafdheid. Aan de hand van een intelligentietest kan het IQ worden vastgesteld en ook of er sprake is van sterkere en zwakkere kanten in de capaciteiten van het kind. Op basis van de resultaten van het onderzoek moet een route voor de leerling worden uitgezet. Versnellen (klas overslaan) is een optie, maar ook een aanpassing in de eigen klas (verrijkingsprogramma, bezoek aan een plusklas) kan een oplossing zijn. Per kind moet goed bekeken worden wat de beste oplossing is. In ieder geval is het voor het kind van groot belang dat school en ouders weer op één lijn komen en dat het kind zich optimaal kan ontwikkelen. Daar hoort ook bij dat hij voor dingen moeite moet doen, zodat hij leert zich te concentreren en fouten te maken zonder gefrustreerd te raken.

“Ik dacht dat de juf het over een ander kind had bij het eerste oudergesprek in groep 1:Typisch jonge leerling, taalt nergens naar, wil niet zijn naam leren schrijven, kiest elke dag hetzelfde spelletje, kent niet de dagen van de week…” Thuis bouwde Rick hele dorpen van Lego, zette puzzels voor veel oudere kinderen in elkaar en had een volledig ontwikkeld besef van tijd en ruimte. Na een jaar wilde hij niet meer naar school en werd thuis steeds ongelukkiger.  Diagnostisch onderzoek wees uit dat hij hoogbegaafd was. Ook kleuters kunnen al heel bewust onderpresteren en zich aanpassen aan de andere kinderen. In overleg met ouders en school is voor Rick een aangepast programma opgesteld en gaat hij weer met plezier naar school."