Hoogbegaafdheid

Hoogbegaafdheid als zodanig is geen probleem. Om te voorkomen dat het een probleem wordt, dienen onderwijsmethoden en –materialen aangepast te worden aan de behoeften van hoogbegaafde leerlingen (Uit: Proefschrift Van der Stel, 2011). We spreken officieel van hoogbegaafdheid als het IQ 130 of hoger is (gemiddeld IQ is 100). Gelukkig gaat het met heel veel hoogbegaafde leerlingen goed. Zij doorlopen zonder problemen hun school, hebben veel tijd en energie voor (vaak veel) hobby’s. Vaak zijn hoogbegaafde kinderen niet alleen goed op school, maar ook in muziek, sport, kunstzinnige vakken, etc. Maar….het kan ook anders.

Hoogbegaafd in het voortgezet onderwijs

Meestal is op de basisschool al vastgesteld dat een leerling hoogbegaafd is. Veel van deze leerlingen komen dan ook terecht op het VWO/Gymnasium. Als een leerling op de basisschool niet heeft ‘leren leren’, omdat alles altijd te gemakkelijk ging en er geen of te weinig aanbod was van verrijkingsstof, kan het op het VWO alsnog misgaan. De leerling is niet gewend te moeten opletten, te concentreren, huiswerk maken, fouten maken, enz. Blijven zitten of afstromen naar een lager onderwijsniveau is niet zelden het gevolg. Om dit te voorkomen is het verstandig tijdig in te grijpen en de leerling ondersteuning te bieden bij het ‘leren leren’.

"Hoogbegaafdheid is geen garantie voor succes in het voortgezet onderwijs. Onderpresteren is meer dan alleen matige of slechte cijfers en vraagt om specifieke begeleiding."